Van een hoofd vol chaos naar een bloemenweide

Tja, zo ging dat nou eenmaal vroeger. Als je verdrietig was kreeg je te horen: “Stel je niet aan! Hou op met janken!” Als je iets niet durfde en bang was kreeg je hetzelfde naar je hoofd geslingerd. Er werd niet tegen je gepraat, maar geschreeuwd en alle rotklusjes waren voor jou. Eigenlijk heb je maar een handjevol fijne herinneringen aan je jeugd en dat zijn herinneringen waarbij je niet thuis was, maar bij een lieve tante of bij die fijne juf. Op je 8e wist je al dat hoe het bij jullie thuis ging, niet klopte. Je dacht er vaak over na om weg te lopen. Je ging wel een hutje bouwen op de heide, of naar de juf, maar je bedacht ook allemaal waarom dat toch niet zou kunnen of lukken en je deed het uiteindelijk niet.

Nu ben je bijna 60, uitgevallen op je werk met een burn-out en word je geconfronteerd met jezelf, je traumatische jeugd en al die boosheid die je al die jaren bij je draagt. Het is een chaos in je hoofd.

We gaan aan de slag. Je schiet vol als ik aanbied om je te helpen om je hoofd te ordenen. Het raakt je. Je bent zelf altijd een en al behulpzaamheid naar anderen. Ik vraag je of van je zelf ook om hulp mag vragen en ontvangen? Het besef dat je op zulke momenten ook tegen jezelf zegt: “Stel je niet aan! Hou op met janken!”, geeft je inzicht in wat je te doen hebt. Dit zou je namelijk nooit tegen een ander zeggen.

Na een uur ga je met een stralend gezicht de deur uit. In je hoofd is er nu een mooie bloemenweide en de rest staat erbuiten of in je lijf.

Volgende keer gaan we naar buiten. Eens kijken of we wat van die boosheid kunnen loslaten en onttriggeren in de natuur. Je kijkt er naar uit. En ik ook!